Spring direct naar de hoofdnavigatie, de zoekfunctie of de inhoud

Column Sabine Kern, directeur NBd

Bij ons op kantoor in Utrecht sturen we regelmatig foto’s aan elkaar door van bizarre bewegwijzeringsborden in binnen- en buitenland. Het is een intercollegiale sport geworden om ter lering en vermaak de soms wonderlijke verkeerssituaties die we tegenkomen vast te leggen. Zo is er een foto waarop een wegwijzer op een rotonde zowel links als rechts bestemmingen aangeeft, zonder het wettelijk vastgestelde symbolen voor ‘rotonde driekwart’ te gebruiken. Gelukkig zullen er weinig automobilisten zijn die subiet de rotonde linksaf nemen, met alle gevaarlijke verkeerssituatie van dien, maar toch een gevalletje #jehadééntaak.

Een vak apart
Nu kan je denken: leedvermaak is geen aantrekkelijke eigenschap. En daar heeft u dan wel gelijk in. We lachen om deze missers, maar tegelijkertijd zit er een serieuze ondertoon in onze verbazing: goede bewegwijzering is een vak apart. Een vak, zo blijkt, dat echt niet iedereen zo maar verstaat. Dat geldt trouwens ook voor de wettelijke kaders waarbinnen bewegwijzering plaatsvindt; wat mag en niet mag, is lang niet voor iedereen even duidelijk. De recente verkoop van de klassieke ANWB-wegwijzers die op Terschelling stonden is een mooi actueel voorbeeld waaruit dat blijkt. De veiling leverde duizenden euro’s op voor het goede doel, wat natuurlijk hartstikke mooi is, maar wegbeheerders moeten zich bij verkoop wel bewust zijn van de zorgplicht die zij hebben. Bewegwijzeringsobjecten mogen immers nooit een nieuwe plek in de ‘buitenruimte’ krijgen zonder dat er een door de NBd opgesteld en door de minister van I&W vastgesteld bewegwijzeringsplan aan ten grondslag ligt. Hierin ligt een rol voor ons, als NBd, om proactief het gesprek te voeren met alle betrokkenen. 

Op naar 2030-2040
Rondom de viering van 125 jaar bewegwijzering staan we stil bij verleden, heden en toekomst van de bewegwijzering. Het afsluitende symposium op 4 juni zal zelfs helemaal in het teken staan van nut en noodzaak van bewegwijzering in 2030 en 2040. De digitale ontwikkelingen gaan zo snel, dat sommigen denken dat het belang van eenduidige bewegwijzering afneemt en fysieke borden langs de weg zelfs helemaal zullen verdwijnen. Zelf ben ik daar niet zo zeker van. Die lieflijke computerstem in de TomTom of Google maps kan wel zéggen dat je de eerste links moet, maar mensen willen toch graag die extra check. De bevestiging dat ze, niet direct, maar pas ná het viaduct moeten afslaan. Die behoefte verandert niet ineens in een wereld waar volledig gepersonaliseerde digitale navigatie de overhand krijgt. 

U mag en moet, of verleiding?
Mobiliteit verandert. Hoe we onze reis voorbereiden en uitvoeren zal in 2040 totaal anders zijn dan de manier waarop we dat begin deze eeuw nog deden. Of én waar er nog borden komen en wat daar dan op komt te staan, is straks afhankelijk van hoe de digitale navigatie is uitgerust. Dat laatste is ook afhankelijk van politieke keuzes. Blijft de nadruk liggen op wet- en regelgeving waarin ‘u mag en u moet’ centraal staan, of zal de focus verspringen naar gedragsbeïnvloeding en verleiding van verkeersdeelnemers? Zelf vermoed ik dat we bewegen richting die tweede optie, waarin we als overheidspartijen veel intensiever zullen gaan optrekken met commerciële marktpartijen om het gedrag te beïnvloeden. Er zijn nu al zeer interessante pilots waarin die samenwerking afgetast wordt. Daaruit gaan mooie dingen ontstaan, dat kan haast niet anders. Door bijvoorbeeld het aanleveren van actuele data door wegbeheerders worden navigatiesystemen betrouwbaarder. En daar hebben automobilisten, fietsers en wandelaars dan weer baat van. Win-win.

Misschien betekenen dit soort positieve ontwikkelingen wel een einde van de traditie om geinige foto’s van maffe verkeersborden rond te sturen, simpelweg omdat die door de betere afstemming minder vaak voorkomen. Het is een klein offer dat ik graag bereid ben te maken.

< Terug naar de vorige pagina