Spring direct naar de hoofdnavigatie, de zoekfunctie of de inhoud

Uitgelicht

aannemer plaatst fietswegwijzerbord voor pilot aan mast

Hoe tevreden zijn de wegbeheerders?

Hoe werken we als NBd samen met de bijna 400 wegbeheerders? En welke zaken maken daarin het verschil? Het zijn onder meer die vragen die we op 14 april in een enquête naar alle wegbeheerders sturen. ‘We gaan nóg steviger inzetten op samenwerking.’

‘Juist in deze tijd is het goed onze acties te kiezen op basis van de wensen die er leven’, zegt Nathalie Jonkers, die vanuit de NBd het wegbeheerders tevredenheidsonderzoek initieert en uitvoert. ‘Mét en voor elkaar werken we vanuit de alliantie immers aan de bewegwijzering in de mobiliteitsketen.’

De NBd werkt aan een vernieuwde omgevingsaanpak en wil stevig gaan inzetten op samenwerking die gericht is op de toekomst. Nathalie: ‘Daarnaast gaat de opgave om onze werkprocessen en dienstverlening te verbeteren onverminderd voort. Om te meten of we op de goede weg zijn en te weten wat er bij iedereen leeft, starten wij op 14 april een tevredenheidsonderzoek.’

Deelname aan enquête
In 2018 is er een gatewayreview uitgevoerd en daarnaast houden de NBd-relatiemanagers regelmatig klanttevredenheidsonderzoeken. ‘Dit alles houdt ons scherp en helpt bij het formuleren van benodigde acties in de visie op de toekomst voor bewegwijzering’, zegt Nathalie. ‘Dat betekent wat voor de werkwijze en activiteiten die daarbij horen. Om hier een vliegende start mee te kunnen maken, willen we eerst weten hoe onze wegbeheerders de samenwerking nu ervaren en welke zaken zij op dit moment en voor de toekomst belangrijk vinden. Ditzelfde vragen we op het gebied van samenwerking ook aan de opdrachtnemers die voor ons de realisatie doen.’

Wegbeheerders en opdrachtnemers ontvangen op 14 april de enquêtes in de mail. De resultaten van deze 0-meting worden gebruikt voor het actieplan en verbetermaatregelen. ‘Resultaten en vervolgacties koppelen we de komende maanden terug en we bekijken waarmee we samen aan de slag kunnen.'

Wij danken iedere deelnemer alvast heel hartelijk voor zijn/haar deelname!’

Column Sabine Kern, directeur NBd

Terwijl ik dit schrijf zit ik thuis en als u het leest geldt waarschijnlijk hetzelfde. De straten zijn leeg, de treinen leeg, onze kantoren zijn leeg. Was deze situatie een paar weken geleden nog ondenkbaar, ondertussen treedt er een beetje gewenning op. Een béétje, want het blijft een surrealistische, voor veel mensen onzekere periode. Met collega’s bijpraten bij het digitale koffiezetapparaat geeft de broodnodige verbinding en ik ben onder de indruk van de veerkracht en het aanpassingsvermogen die ik bij iedereen zie. Bij afspraken in onze agenda zetten we niet langer de namen van vergaderzalen of adressen van externen, maar Zoom, Microsoft teams, Whatsapp of Skype.

Tegelijkertijd moeten we realistisch zijn; het is geen eenvoudige opgave om het gewone werk te combineren met thuisonderwijs aan je kinderen, boodschappen doen voor je oude buurman, beeldbellen met je moeder en eventuele zorgen over de gezondheid van je naasten. Het helpt om mild te zijn, naar onszelf en naar anderen; als projecten vertraging oplopen, dan is dat geen individuele, maar gezamenlijke verantwoordelijkheid. We plaatsen nu nog steeds bewegwijzering, ook onze opdrachtnemers werken vooralsnog stug door. Maar naar wegbeheerders kunnen we niet garanderen dat alles precies volgens planning blijft verlopen, zeker nu de scholen tot 28 april dicht blijven. Ook andere beperkende maatregelen blijven tot die tijd, en misschien nog wel langer, van kracht.

Getallen moeten kloppen
Nu we niet naar elkaar toe kunnen lopen om even iets te vragen of checken, nu we op afstand moeten inloggen en alle informatie digitaal voorhanden moeten hebben om ons werk te kunnen doen, wordt nog één ding kraakhelder: hoe belangrijk het is dat we onze datasystemen op orde hebben. Het hebben van een actueel, betrouwbar en compleet databestand behoort tot onze wettelijke taken. Bij het maken van nieuwe bewegwijzeringsplannen moet je erop kunnen vertrouwen dat het databestand actueel is. Dat is nu lang niet altijd het geval. Dan zegt ons systeem dat bord A op locatie B staat en blijkt de situatie in de werkelijkheid allang weer anders. Of dat een bord aan het eind van zijn levenscyclus is, terwijl het onlangs nog vervangen of hersteld is. Dat geeft geen vertrouwen, geen houvast. Projecten duren daardoor nodeloos langer en vallen duurder uit. En last but not least is het aantal borden bepalend voor het tarief dat wegbeheerders ons betalen. Dan moeten die aantallen wel kloppen natuurlijk.

Hand in eigen boezem
Het hand in eigen boezem-traject is voor mij een tijdje geleden begonnen met het begrijpen hoe deze situatie is ontstaan. Met de totstandkoming van de Nationale Bewegwijzeringsdienst zijn verschillende databestanden in één en hetzelfde systeem gezet en daarmee is vervuiling ontstaan. Oude data werden zichtbaar en nieuwe juist niet. Afspraken met wegbeheerders over hoe en wat er wel en niet in het bestand mag, blijken niet afdoende. Ondanks diverse opschoningsacties blijft de wanorde. In het afgelopen jaar is hard gewerkt om het hele bestand te analyseren. We hebben een steeds beter beeld van wat er nodig is om de boel recht te trekken. Binnenkort laten we, al dan niet op afstand, aan wegbeheerders via een zogeheten dashboard zien wat ieders actuele stand van zaken is. Pas als we het eens zijn over het startpunt, kunnen we gezamenlijk optrekken naar de finish.

Wederzijds afhankelijk
Data op orde betekent ‘ABC’-en; het actueel, betrouwbaar en compleet maken alle data. Met een fundament dat klopt, kunnen we bouwen aan een systeem waar we niet alleen nu, maar ook in de toekomst op kunnen vertrouwen. Om de database op te schonen én schoon te houden, is ieders inzet nodig. Alle wettelijke criteria voor bewegwijzering zijn opgenomen in het dashboard, zo is het straks voor alle bijna 400 wegbeheerders direct inzichtelijk of ze nieuwe data correct invoeren of dat er nog informatie ontbreekt.

We zijn afhankelijk van elkaar wil dit systeem werken. In die zin lijkt het een beetje op wat er nodig is om de coronacrisis het hoofd te bieden; we hebben individuele inzet en een gezamenlijke verantwoordelijkheid nodig om het probleem te tackelen. Samen, en alléén samen, staan we echt sterk.

Column Sabine Kern, directeur NBd

Bij ons op kantoor in Utrecht sturen we regelmatig foto’s aan elkaar door van bizarre bewegwijzeringsborden in binnen- en buitenland. Het is een intercollegiale sport geworden om ter lering en vermaak de soms wonderlijke verkeerssituaties die we tegenkomen vast te leggen. Zo is er een foto waarop een wegwijzer op een rotonde zowel links als rechts bestemmingen aangeeft, zonder het wettelijk vastgestelde symbolen voor ‘rotonde driekwart’ te gebruiken. Gelukkig zullen er weinig automobilisten zijn die subiet de rotonde linksaf nemen, met alle gevaarlijke verkeerssituatie van dien, maar toch een gevalletje #jehadééntaak.

Een vak apart
Nu kan je denken: leedvermaak is geen aantrekkelijke eigenschap. En daar heeft u dan wel gelijk in. We lachen om deze missers, maar tegelijkertijd zit er een serieuze ondertoon in onze verbazing: goede bewegwijzering is een vak apart. Een vak, zo blijkt, dat echt niet iedereen zo maar verstaat. Dat geldt trouwens ook voor de wettelijke kaders waarbinnen bewegwijzering plaatsvindt; wat mag en niet mag, is lang niet voor iedereen even duidelijk. De recente verkoop van de klassieke ANWB-wegwijzers die op Terschelling stonden is een mooi actueel voorbeeld waaruit dat blijkt. De veiling leverde duizenden euro’s op voor het goede doel, wat natuurlijk hartstikke mooi is, maar wegbeheerders moeten zich bij verkoop wel bewust zijn van de zorgplicht die zij hebben. Bewegwijzeringsobjecten mogen immers nooit een nieuwe plek in de ‘buitenruimte’ krijgen zonder dat er een door de NBd opgesteld en door de minister van I&W vastgesteld bewegwijzeringsplan aan ten grondslag ligt. Hierin ligt een rol voor ons, als NBd, om proactief het gesprek te voeren met alle betrokkenen. 

Op naar 2030-2040
Rondom de viering van 125 jaar bewegwijzering staan we stil bij verleden, heden en toekomst van de bewegwijzering. Het afsluitende symposium op 4 juni zal zelfs helemaal in het teken staan van nut en noodzaak van bewegwijzering in 2030 en 2040. De digitale ontwikkelingen gaan zo snel, dat sommigen denken dat het belang van eenduidige bewegwijzering afneemt en fysieke borden langs de weg zelfs helemaal zullen verdwijnen. Zelf ben ik daar niet zo zeker van. Die lieflijke computerstem in de TomTom of Google maps kan wel zéggen dat je de eerste links moet, maar mensen willen toch graag die extra check. De bevestiging dat ze, niet direct, maar pas ná het viaduct moeten afslaan. Die behoefte verandert niet ineens in een wereld waar volledig gepersonaliseerde digitale navigatie de overhand krijgt. 

U mag en moet, of verleiding?
Mobiliteit verandert. Hoe we onze reis voorbereiden en uitvoeren zal in 2040 totaal anders zijn dan de manier waarop we dat begin deze eeuw nog deden. Of én waar er nog borden komen en wat daar dan op komt te staan, is straks afhankelijk van hoe de digitale navigatie is uitgerust. Dat laatste is ook afhankelijk van politieke keuzes. Blijft de nadruk liggen op wet- en regelgeving waarin ‘u mag en u moet’ centraal staan, of zal de focus verspringen naar gedragsbeïnvloeding en verleiding van verkeersdeelnemers? Zelf vermoed ik dat we bewegen richting die tweede optie, waarin we als overheidspartijen veel intensiever zullen gaan optrekken met commerciële marktpartijen om het gedrag te beïnvloeden. Er zijn nu al zeer interessante pilots waarin die samenwerking afgetast wordt. Daaruit gaan mooie dingen ontstaan, dat kan haast niet anders. Door bijvoorbeeld het aanleveren van actuele data door wegbeheerders worden navigatiesystemen betrouwbaarder. En daar hebben automobilisten, fietsers en wandelaars dan weer baat van. Win-win.

Misschien betekenen dit soort positieve ontwikkelingen wel een einde van de traditie om geinige foto’s van maffe verkeersborden rond te sturen, simpelweg omdat die door de betere afstemming minder vaak voorkomen. Het is een klein offer dat ik graag bereid ben te maken.